Taalprobleem: automonteur

FOUT De automecanicien was stapelgek op snelle bolides, maar reed meestal met opgelapte ouwe karren.

GOED De automonteur was stapelgek op snelle bolides, maar reed meestal met opgelapte ouwe karren.

VERKLARING
De vakman die aan je auto werkt is een automonteur en geen mecanicien.

Bron: ABN-gids, P.C. Paardekooper, Den Haag, Sdu, Standaard, 1996