Taalprobleem: zinsdeelvolgorde met “ofwel”

A) Ofwel hij is ziek, ofwel hij doet alsof.
B) Ofwel is hij ziek, ofwel doet hij alsof.

VERKLARING
Geen eenvoudige fout-goed-tegenstelling deze keer.
Volgens de ANS zijn beide juist, maar komt in België vrijwel alleen B voor.
Die A is voor de Vlamingen dus wel even wennen.

Bron: Algemeen Nederlandse Spraakkunst, paragraaf 25.9.2.2.2