Tentoonstelling Geraardsbergen 950

dierkost, dierkosttoren, geraardsbergen, vesten, geraardsbergen 950, tentoonstelling, expositie, kunstacademieGrensverleggend 950
Geraardsbergen, de stad van de vrijheden
1068: de vrijheid van de keure
2018: de vrijheid van de kunst
Tijdens de Week van de amateurkunsten stellen de leerlingen van de Kunstacademie van Geraardsbergen tentoon in de Dierkosttoren.
Ingang
– gratis
Datum
– zaterdag en zondag 28 en 29 april 2018
– dinsdag 1 mei 2018
– zaterdag en zondag 5 en 6 mei 2018
Uur
– van 10.00 uur tot 12.00 uur
– van 14.00 uur tot 17.00 uur
Plaats
– Dierkosttoren op de Vesten, Geraardsbergen
Onder leiding van Jimmy Carnier, met medewerking van Kunstacademie Geraardsbergen, Stad Geraardsbergen en Vertaalbureau Motte

Advertenties

Nieuws over Robbedoes

#robbedoes, happy family, marc legendre, charel cambré, strip, stripverhaal, dupuis, ballon media
We hebben al eerder hand- en spandiensten bewezen aan de stripliefhebbers, en we kunnen het niet laten om ook HET nieuws over #Robbedoes te melden
Robbedoes Special deel 1: Happy Family!
Maandag 29 mei werd dé nieuwe telg in de Robbedoes-familie voorgesteld, de strip voor de hele familie: Robbedoes Special 1. Happy Family.
Een primeur, want voor het eerst in 79 (!) jaar mochten twee Vlamingen aan de slag met het rijke Robbedoes-universum: tekenaar Charel Cambré en scenarist Marc Legendre (het duo van o.a. Amoras)
In het bijzijn van de uitgever, de auteurs, de trotse Robbedoes-peter Guga Baúl, het zesde leerjaar van de Sint-Ludgardis basisschool in Antwerpen en de pers, werd dit eerste album uit de reeks zopas boven het doopvont gehouden in de kapel van het Elzenveld in hartje Antwerpen.
Het verhaal is een avontuurlijke roadtrip!
Een superbrein ter grootte van een ei? Dat kan alleen maar uit de koker van de graaf van Rommelgem komen. Met zijn nieuwe uitvinding vliegen vliegtuigen zonder piloot en parkeren auto’s zichzelf op de krapste plekjes. De mogelijkheden zijn eindeloos, maar ook mensen met minder nobele bedoelingen hebben het op het ei gemunt. Hij rekent op Robbedoes om zich als een moederkloek over het ei te ontfermen.
Een link naar de PREVIEW van het album: http://player.yieha.be/read/9789031435012.html
Extra info vind je in BM MAG: http://www.ballonmedia.com/Aanbiedingsfolder
Het album Robbedoes Special 1.Happy Family is vanaf woensdag 31 mei te koop in de boekhandel en stripspeciaalzaak. Deel 2 volgt in december, deel 3 is voor het voorjaar van 2018.

Copyright cover: Dupuis 2017

De reportages van Lefranc: De strijd om de Pacific

120_20102016113038-de-reportages-van-lefranc-8-de-strijd-om-de-pacific.jpgDe strijd om de Pacific, door Isabelle Bournier, O. Weinberg, Y. Plateau, Bruno Wesel, naar het personage van Jacques Martin
Bespreking: Peter Motte
De fabriek van Jacques Martin heeft jaren geleden het idee gehad om zijn personagers, zoals Alex en Lefranc, te gebruiken om documentaires op stripformaat te maken. Met “De reizen van Alex” kregen we daardoor goed geïllustreerde en gestoffeerde boekjes over de oudheid, en met “De reportages van Lefranc” doen ze dat over voor de 20e eeuw.
Sommigen zullen beweren dat de reeks niet boven het niveau van schooldocumentatie uitstijgt, maar ik moet nog de eerste volwassene ontmoeten die evenveel over de behandelde onderwerpen weet als wat er in die boekjes staat.
“De strijd om de Pacific” is het 8e deel in de reeks, en beschrijft de gevechten in de Grote Oceaan tussen Japan en vooral de Verenigde Staten tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het is een aspect van onze geschiedenis dat vaak wat onderbelicht blijft. Het fenomeen van “de ver van mijn bed”-show is echter misleidend: veel westerse mogendheden hadden kolonies en handelsposten in het Verre Oosten tot na 1945. Nederland bezat Nederlands-Indië, Frankrijk zat in Indochina (Vietnam, Laos en Cambodja), Duitsland en dus ook Italië hadden banden met Japan, Groot-Brittannië had India als kolonie, en zelfs tot in 1997 was Hong-Kong Brits bezit.
De botsing tussen het Westen en Japan was dus niet alleen een zaak voor de Verenigde Staten. Het kan geen kwaad om onze kennis erover op te frissen, en om het stof af te nemen dat de reeks Buck Danny er vanaf het verschijnen direct na de Tweede Wereldoorlog er nogal racistisch dik heeft opgelegd.
Het boek opent met een tijdlijn en een overzichtskaart van de belangrijkste gebeurtenissen.
Japan was in de jaren 30 geëvolueerd naar een militaire dictatuur, een fenomeen dat we ook in veel andere democratische landen zagen. “De strijd om de Pacific” behandelt die evolutie voor de oorlog zelf wordt besproken.
Het werk beperkt zich niet tot een opsomming van gevechten, maar gaat dieper op de omstandigheden in, zoals de strategie achter de gekozen doelen. Het is verdienstelijk dat het boek ook de vragen behandelt over de motieven om atoombommen op Japan te gooien. Niet iedereen is ervan overtuigd dat het noodzakelijk was. Maar als je leest dat een Amerikaanse luchtraid een bommentapijt op Tokio gooide dat 200.000 slachtoffers veroorzaakte – meer dan de A-bom op Hiroshima (80.000 doden) en op Nagasaki – dan is het duidelijk dat deze reportage van Lefranc alleen maar kan eindigen met de balans van het aantal slachtoffers dat deze oorlog heeft gemaakt.
De ogenschijnlijke oppervlakkigheid van het werk wordt gelogenstraft doordat de tekst details duidelijk maakt zoals wat “kamikaze” eigenlijk betekent. Het is een woord dat in het Westen al decennialang verkeerd wordt gebruikt, maar dit boekje zet dat gelukkig recht.
Voor de prijs van een stripverhaal krijg je dus een prachtig dossier met een pakket aan informatie, waarbij de verzorgde striptekeningen alleen maar dienen om scènes weer te geven waarvoor geschikt fotomateriaal ontbreekt. De samenstellers hebben in allerlei archieven authentieke foto’s, affiches en documenten gezocht om een goed beeld van de tijd te schetsen. Er is bijvoorbeeld een foto van de capitulatieakte.
De laatste bladzijden beelden enkele van de belangrijkste Japanse en Amerikaanse vliegtuigen en schepen af en vermelden de technische kenmerken ervan. Ook de uniformen van de strijdende partijen worden weergegeven. Het boek sluit af met de belangrijkste musea in de V.S., Japan en Nieuw-Caledonië. Het vermeldt een korte beschrijving van hun collecties, en de openingstijden, websites en zelfs de gemakkelijkste routes erheen.
De strijd om de Pacific, door tekst: Isabelle Bournier, tekeningen: O. Weinberg, Y. Plateau, inkleuring: Bruno Wesel, naar het personage van Jacques Martin, 2016, Casterman, vertaling: James Vandermeersch, lettering: Sarah Schotte, paperback, kleur, 56 p’s, 29,5 x 22 cm, isbn 978-90-303-7183-9, prijs: 8,50 euro.
vrijdag, 16 december 2016

De kunst van Morris

strips, stripverhaal, Lucky Luke, Morris, de kunst van morrisDe kunst van Morris, Stéphane Beaujean & Jean-Pierre Mercier & Gaétan Akyüz & Vladimir Lecointre
bespreking: Peter Motte
Een prachtig cadeauboek voor anderen of voor jezelf om op een prettige manier met Lucky Luke kennis te maken of hem opnieuw te ontmoeten. Het toont weinig gezien materiaal over de beginperiode, en behandelt alle aspecten van de groei van de cowboy.
Bijna de helft van de kinderen heeft zich wel eens geamuseerd met Lucky Luke. En de andere helft ook, en dat al meer dan 70 jaar. Lucky Luke en zijn bedenker-tekenaar Morris verdienen dus een boek, en dat werd “De kunst van Morris”.
Sommigen beweren dat er niets nieuws in staat. Anderen zeggen dat Lucky Luke oude meuk is. Maar dat doet niet ter zake: niet iedereen weet het allemaal al, en bovendien worden al die gegevens nu overzichtelijk verzameld en mooi geïllustreerd aangeboden. Daarmee wordt de kennis over die geschiedenis uit de gespecialiseerde en moeilijke verkrijgbare tijdschriften gerukt, en buiten de kring van enkele specialisten aan iedereen aangeboden. En, nee, het is niet academisch. Maar mogen we er soms geen lol aan hebben?
En dat hebben we dus wel: op het eerste gezicht is “De kunst van Morris” een kijkboek, maar een kunstvorm die verhalen en beelden mengt, moet beschreven worden met meer dan lettertjes.
De foto’s tonen vooral de beginperiode, de tekeningen doorlopen het hele oeuvre. Door de uitvergrotingen zien we elke pennentrek van Morris. Wie zien hoe hij met enkele eenvoudige lijnen een hele scène neerzet. Veel had Morris niet nodig. Het uitvergrote vakje op pagina 152-153 uit 1955 is erg plat, maar zit vol beweging. Morris had een gave om beweging en rust, kalmte en dreiging, met elkaar af te wisselen. En dat ritme droeg veel bij aan de humor.
De auteurs van “De kunst van Morris” behandelen verwachte en onverwachte vragen. Waarom een cowboy? Waarom verhalen van 44 pagina’s? Waarom de pagina-indeling? Waarom de achtergronden? Waarom vertrok Morris bij Dupuis?
Al die vragen worden beantwoord, maar de onverwachte kwesties zijn even boeiend. Morris maakte speelgoedjes op basis van Lucky Luke, waarbij hij misschien zat te dromen over merchandising. Hij werd beïnvloed door film, maar had er ook zelf invloed op, zoals blijkt uit het werk van Terence Hill. Morris bedacht de term “de negende kunst” voor een artikelreeks in het weekblad Spirou/Robbedoes, en staat daardoor aan de basis van de geschiedschrijving van de strip. Als karikaturist stopte hij allerlei mensen in zijn verhalen, maar hij werkte ook als cartoonist voor tijdschriften. En dat Lucky Luke op het einde van zijn avonturen een liedje zingt, is ontstaan uit een stukje cultuur waar we niets meer van weten.
De beginjaren van Morris hebben een dubbele betekenis. Het is niet alleen de geschiedenis van Morris en Lucky Luke, maar ook van de wortels van het Belgische stripverhaal. Er waren geen Blake & Mortimer of smurfen, of experimentele tekenaars zoals Andreas en Moebius. Morris en zijn tijdgenoten moesten nog alles zelf uitvinden, zelfs al bood de Amerikaanse strip een steunpunt. De soms bizarre gevolgen daarvan waren een reis naar de Verenigde Staten, samen met enkele andere grote namen uit de Belgische strip, en verwikkelingen met het Amerikaanse humoristische blad MAD. Morris’ keuzes bepaalden uiteindelijk hoe strips er nu uitzien.
Waarom Lucky Luke niet meer rookt? Censuur? Censuur in strips is een slechte herinnering. Het bestond in veel vormen. Ook Morris had met alle aspecten ervaring. Sommige van die vormen waren onvermijdelijk: strips werden aanvankelijk alleen voor kinderen gemaakt. Er zaten ook onprettige kanten aan vast, maar het was niet altijd zo erg als het lijkt. Uitgever Charles Dupuis had iets tegen boksen, en wou er geen verhalen over in zijn Spirou/Robbedoes, maar niettemin publiceerden zowel Franquin het verhaal “Robbedoes, bokser” als Morris “Harde knoesten” in het weekblad.
Met “De Kunst van Morris” zullen veel lezers bekende schatten met een opgefriste glans zien, zoals een oud schilderij waarvan de eeuwenoude vuillaag is verwijderd. En voor wie Lucky Luke nog niet kent, zal het boek een onverwachte schatkamer tonen.
De kunst van Morris, Stéphane Beaujean & Jean-Pierre Mercier & Gaétan Akyüz & Vladimir Lecointre, 2016, Lucky Comics & Dargaud, gebaseerd op “L’art de Morris”, met tijdlijn van Morris’ leven, lijst van gepubliceerde strips van Morris, bibliografie met geraadpleegde werken, en index, gebonden met omslag, in kleur geïllustreerd, 312 p’s, 30x28x3 cm,
ISBN 9782884714266, 45 euro
vrijdag 25 – zaterdag 26 november 2016
Vertaalbureau Motte bedankt Ballon Media – Dargaud voor de kans om mee te werken aan hun strips.